De Incompany Training is een gericht programma met handvatten. ‘Het is fijn om te doen en niet alleen te luisteren’, is één van de reacties die docent Caren Mannens van Stichting miMakkus regelmatig hoort van cursisten. ‘Zorgmedewerkers geven aan dat zij weer rust in hun werk kunnen vinden en weten hoe ze contact moeten maken.’ Dit sluit volledig aan bij belevingsgerichte zorg.

Caren is sinds vijf jaar docent bij de organisatie. ‘Het is een vak waar mijn passie ligt en het is mooi dat ik mijn kennis op deze manier kan overdragen aan verzorgenden.’  Vanuit de praktijk leert zij zorgmedewerkers weer om met plezier contact te maken met mensen met dementie. In vijf dagdelen leren zij meer over de thema’s rust, jezelf leegmaken, contact met aandacht en een onderzoekende houding.

Afstemmen op de ander
Iedere training wordt afgestemd op de doelgroep. ‘Het afstemmen op de ander is een belangrijk element van de methode, maar geldt ook voor ons als lesgevers.’ Zorgmedewerkers komen met praktijkvoorbeelden en daar speelt Caren vervolgens op in. ‘Zo leren we iedereen een onderzoekende houding aan. Het gaat niet om oplossingen, maar om het aanleren van vaardigheden.’ Op die manier kunnen zorgprofessionals de methode in iedere situatie toepassen.

Naast praktische opdrachten staat het ‘zelf ervaren’ centraal. ‘We reflecteren hoe iemand met dementie een situatie ervaart.’ Denk bijvoorbeeld aan een huiswerkopdracht zoals eens met je ogen dicht in een woonkamer gaan zitten. ‘Bedenk eens wat je dan ervaart.’ Daarnaast komen de verschillende modules telkens weer terug in volgende dagdelen. ‘Die herhaling is heel belangrijk.’

De emmer leeggooien
De rode draad tijdens de Incompany Training is ‘de emmer leeggooien om contact met anderen te maken met aandacht. Voor iedere oefening wordt standaard de leegmaakoefening toegepast. ‘Zo leren zorgmedewerkers om dit zichzelf eigen te maken in de praktijk.’ Dat alles gaat met de nodige speelsheid en luchtigheid. ‘Non-verbaal, niet gestresst, maar ook met een lach. Zo leren ze dat ook toe te passen in de zorg.’