Mevrouw Degen zit alleen in de huiskamer, en ze is duidelijk boos. Ik, Gerja, ga even naast haar zitten en probeer haar wat te kalmeren. Maar het helpt niets, het is duidelijk dat mevrouw even wat ruimte nodig heeft.

Wanneer miMakker Sophie even later de inmiddels gevulde huiskamer binnenloopt, ziet ze dat de boosheid van mevrouw Degen nog niet over is. Maar wat Gerja niet lukte, lukt Sophie wel. Want op het moment dat mevrouw Sophie ziet, begint ze te stralen. Sophie mag dichterbij komen en knielt naast mevrouw neer.

Met een “Dag meisje”, begroet ze Sophie. Ze begint direct te praten en moet duidelijk haar verhaal kwijt. De woorden klinken vloeiend, maar het verhaal is onsamenhangend. Toch vormt zich langzaam een rode draad in haar vertelling. Want naast het verwarrend woordgebruik, spreekt ze ook steeds vaker heldere zinnen uit. De woorden: “Wij zijn gewoon mens hoor. Jij met je rode neus, en ik, we zijn mens”, komen hoorbaar uit haar mond. Het thema ‘mens’ is duidelijk het onderwerp van haar betoog.

Mevrouw stimuleert Sophie om ook de andere bewoners te bezoeken. Ze geeft aanwijzingen waar nodig: “Niet te onderdanig hè, je bent mens. Ja, zo doe je het goed. We zijn mens, jij en ik. Als we dat niet meer zouden zijn, zouden we”, en ze wijst hierbij naar haar medebewoners in de huiskamer, “Zouden we niet meer voor ze kunnen zorgen.”

Haar woorden zijn treffend en zo waar. Ze raken mij, Gerja, diep. Bijzonder ook dat ze kan vertellen dat Sophie, met haar rode neus, er is om haar en andere mensen met dementie te laten ervaren dat ze nog steeds mens zijn. Volgens mij heb ik mijn werk als miMakker dan goed gedaan.

Gerja

Shares
Share This